Een brug te ver
Foto's komen eraan zodra we terug zijn in Kampala, daar is fatsoenlijk internet! Lira, donderdag 3 mei We zijn nu in Lira, stinken en we hebben smerige kleren aan waar zelfs Ugandezen van opkijken. Maar er is in ons geval geen sprake van aanpassing aan de cultuur. We zitten gewoon wat krap in de planning en daardoor is er te weinig tijd om de handwas te laten drogen. Afgelopen week hebben we samen met een groep van zeven een rondreis door het noorden van Uganda gemaakt om wat meer van het land te zien en natuurlijk om wat wildlife te zien van het land, want tot dusver waren we nog niet verder gekomen dan wat vogels en een stel neushoorns. De eerste dag bracht ons al bij Murchison Falls National Park waar we hebben overnacht bij een lokale community. Daar kregen we uren lang uitleg van een stel locals over het leven in zo'n plattelandsdorp. De volgende dag zijn we het wildpark binnengereden waar bavianen en een chimpansee ons welkom heetten. We zijn met een boot naar de bekende watervallen gevaren waar het park haar naam aan te danken heeft. Zigzaggend tussen de vele nijlpaarden en nijlkrokodillen in de Nijl kwamen we aan bij de Murchison Falls waar we een mooie wandeltocht hebben gemaakt naar de indrukwekkende watervallen. Na een nacht vol regen en een lekke tent maakten we ons op voor de safari door het park waar we al snel giraffes tegenkwamen. Daarna hebben we nog olifanten, leeuwen, wilde zwijnen, verschillende soorten hertjes en apen gezien. Onze eindbestemming die dag was Arua, in het noordwesten van Uganda. Toen we bij de meest noordelijke uitgang van het park aankwamen, bleek deze door de vele regen niet te passeren waardoor we drie uur om moesten rijden door het park. We hebben daardoor bijna niets gezien van Arua. De volgende dag stond ons een lange rit door het noorden te wachten om uiteindelijk Kitgum te bereiken. De wegen in het noorden zijn allemaal onverhard en het regenseizoen maakt het er niet gemakkelijker op. Daar kwam nog bij dat we twee uur moesten wachten voor een veerboot, waardoor de totale reis bijna elf uur duurde. We hebben hierdoor ook bijna niks gezien van Kitgum. Het lijkt verschrikkelijk zonde dat we niets van de noordelijke steden zien maar dat valt wel mee. Elke stad ziet er bijna hetzelfde uit en het reizen op zich is veel meer de moeite waard. De volgende, regenachtige dag stond Kidepo Valley National Park op de planning. Het ultieme park om dieren, met name katachtige roofdieren, te spotten. Welgeteld een half uur duurde het voor we met onze bus voor een rivier stonden waar een weg had moeten liggen. Pas na anderhalf uur wachten was het water genoeg gezakt om de weg te vervolgen. Meteen daarna zagen we al een hyena, honderden buffels en een manke zebra, een prachtig begin van de reis door het park. We hadden nog weinig tijd voor de avond viel dus we zijn met een ranger verder het park in gereden. Opnieuw lag ergens een rivier waar een weg had moeten liggen en, na aandringen van ons allen, ging onze chauffeur er opnieuw voor. Dit keer waren we minder fortuinlijk want we kwamen in het midden van de plas water tot stilstand en iedereen mocht de bus uit om te duwen. Dat we de bus er niet uit kregen was een zorg. Dat we in de avondschemering door het wildpark naar de ingang van het park moesten lopen was misschien nog een grotere zorg, vooral vanwege de kuddes buffels die we zojuist waren gepasseerd. We werden een half uur later gered door andere rangers die al hadden gezien dat we de bus achter hadden gelaten. We waren immers de enige toeristen in dat park. Later bleek dat de aandrijfas van de vierwielaandrijving was afgebroken, waardoor we alleen nog achterwielaandrijving hadden. En dat is een groot probleem in het gebied waar we waren. Daarbij was de luchtfilter volledig vol water gelopen. We wisten de volgende dag nog niet of we de bus konden gebruiken voor een safari vanwege het ontbreken van 4WD in combinatie met de regen en slechte wegen. De bus was toe aan een grote reparatie maar we waren in Kidepo Valley dus we moesten wel op zoek naar de dieren in het park. De verse pootafdrukken van een leeuw zorgden voor nieuwe hoop. We waren in Murchison nogal verwend met de hoeveelheid wilde dieren, waardoor we in Kidepo behoorlijk teleurgesteld waren met een kudde zebra's, en in de verte wat olifantjes en giraffes. De omgeving op zich was wel heel mooi wat veel goed maakte maar we hadden gewoon pech. Zeker omdat we weer tot twee keer toe in de modder vast kwamen te zitten. Neem even een plaspauze van dit veel te lange verhaal, want nu komt pas het grootste avontuur. Onze eindbestemming die dag was Kotido. De meest logische weg door Kaabong werd door lokale medeweggebruikers sterk afgeraden omdat op deze weg een brug was weggespoeld door het vele regenwater. Het verlaten van Kidepo via dezelfde weg als de heenweg was ook niet mogelijk zonder 4WD. Onze chauffeur koos toch voor de weg naar Kaabong met de weggespoelde brug. Onderweg vroeg hij een aantal locals of het mogelijk was de rivier te passeren. Dan keken ze even naar onze 4WD bus en dan zeiden ze "Misschien wel ja". Waarop onze chauffeur zei dat de 4WD niet werkte. "Nee, dan zeker niet" was dan de boodschap. De weg was een grote modderrivier en het duurde niet lang voor we weer vast kwamen te zitten in de modder. Na uren graven en duwen kwam er in de verte een pick up aangereden met zeker twaalf mannen achterin die ons kwamen helpen duwen. Eenmaal aangekomen bij de restanten van de brug zagen we een mogelijkheid om door de inmiddels droge te rijden. Na twee keer proberen slaagde onze chauffeur er in de bus aan de andere kant te heuvel op te rijden en konden we onze reis voortzetten. Voor we onze reis begonnen waren we ons ervan bewust dat we een risicogebied door zouden gaan. Niet eens vanwege de slecht begaanbare wegen, maar vanwege het gewelddadige verleden van het schietgrage volkje wat het gebied Karamoja bewoont. Sinds 2005 is er echter geen incident meer geweest en alle wapens die ze gebruikten om elkaars vee te stelen zijn inmiddels weg. We kregen in de buurt van Kotido zelfs de mogelijkheid om het grootste dorp van Oost-Afrika te bezoeken waar de Karamojong wonen. Deze mensen zijn volledig zelfvoorzienend en leven in kleine hutjes van klei en stro. Nu is dat niks nieuws, de helft van Uganda leeft op die manier. Maar deze stam is zo bijzonder omdat ze zo ver van de bewoonde wereld af leven dat hun cultuur nog steeds intact is en dat zie je aan alles. Het bijzondere bezoek aan deze stam was voor iedereen het hoogtepunt van de reis. 30 april kwamen we aan in Kampala, precies op tijd voor Koninginnedag in een bar. Die avond hebben we 10.000 euro aan Nederlands belastinggeld opgedronken en gegeten. Er was gratis bier en er waren Hollandse snacks en een zanger ingevlogen voor de 300 Nederlanders in Uganda. Met een hele flinke kater zaten we de volgende dag opnieuw in een bus, dit keer naar Lira. Daar is War Child Holland bezig om er alles aan te doen om de slachtoffers van de rebellennoorlog te helpen. Wij zijn er om een vrijwilliger te filmen en vandaag keren we voor de laatste keer terug naar Kampala om afscheid te nemen van iedereen en van Kampala. Gouden douche
Kampala, vrijdag 13 april De laatste dagen zijn we nogal druk met onze stage omdat de tijd een beetje begint te dringen. We hebben nog maar vier weken de tijd om te doen waar we voor zijn gekomen, en plannen was altijd al een zwak punt. Daarom kunnen we nu alleen nog maar een weekendje weg in plaats van een hele week, maar ook dat kan erg leuk zijn. Jille stond op de zaterdagochtend fris en fruitig klaar voor vertrek terwijl de rest brak aan het ontbijt zat. We waren vrijdagavond tot in de late uurtjes te vinden in Iguana's, een van Kampala's favoriete gelegenheden als het gaat om vertier, plezier en bier. Deze avond bonkte nog vaag in ons kortetermijngeheugen door toen we in de taxi stapten. Zeven uur in een volle bus naar een van de mooiste stukjes natuur bij de Keniaanse grens. Wat een contrast is het dan om in een mooie omgeving in een schraal guesthouse te zitten waar Rob Geus niet vrolijk van zou worden. In de wc kon je het niet lang uithouden. Uit het gat in de grond kwam de geur van slappe mest van zieke varkens en riep voor de tweede keer die dag braakneigingen op. Beslapen bedden met blonde haren, teennagels en bloedvlekken in de klamboe zorgden desondanks voor een prima nachtrust. Het verlangen naar een douche werd onderdrukt door de wetenschap dat dit je niet schoner maakt. Een betere optie was douchen onder een van de grote watervallen in het gebied. We hebben onder leiding van Andy the tourguide een wandeling gemaakt door de bergachtige matooke- en koffieplantages die worden bewerkt door de plaatselijke boeren. Omdat het regenseizoen al lang op zich laat wachten zijn de Sipi Falls niet op hun spectaculairst maar boden toch een uitstekende verfrissing tijdens de lange tocht. Om onder de waterval te komen moest een halsbrekend pad over gladde stenen worden afgelegd maar het was absoluut de moeite waard. Gelukkig hebben we de foto's nog die onze tourguide maakte waarvan geen enkele was scherp, maar dat mocht de pret niet drukken. Het was dezelfde pret die na enkele minuten onder de waterval wel voorbij ging door het ijskoude water. Op de foto's van de tweede waterval schittert Jille van afwezigheid, omdat hij na een korte douche onze fotograaf overnam.
Bij aankomst in ons guesthouse kwam er een storm opzetten die het uitzicht beperkte tot ons warme avondmaal, bestaande uit twaalf porties rijst met prut. De dag van vertrek kon niet beter beginnen toen de chagrijnige moederbeer achter de toonbank ons een rekening kwam brengen van dertig euro per persoon voor het hele weekend. De vieze wc's, bedden en omgekeerde magen maakten opeens niets meer uit. We konden ons weer opmaken voor de terugreis in een taxibus. Als de chauffeur al een rijbewijs had, was er kennelijk geen enkele les gevaarherkenning gezien zijn roekeloze rijstijl. En dat terwijl het stortregende en hij achter het stuur zat te genieten van lange telefoongesprekken, mango, geit op stok en banaan.
Vandaag om 16:30 plaatselijke tijd gaan we genieten van de Ugandese voetbalcompetitiewedstrijd Uganda Police-AC Villa in het Nelson Mandela Stadium, het grootste stadion van Uganda.
Dure neushoornsKampala, donderdag 5 april Oplettende lezers hebben misschien opgemerkt dat het vorige verhaal vanuit Nakitoma is geupload, en dat is niet omdat het een bruisende metropool is, integendeel. Begin jaren 80 werd in Uganda de laatste neushoorn in het wild afgeschoten en ze zijn hier druk bezig om het een na zwaarste landdier te herintroduceren. Er is hier een groot natuurgebied afgezet waar de neushoorns, afkomstig uit Kenia en het Disneypark in Florida, in alle rust kunnen voortplanten. De neushoorn is nog steeds met uitsterven bedreigd omdat de neushoorn van een neushoorn in poedervorm meer dan 250.000 dollar oplevert op de zwarte markt, omdat Chinezen denken dat hun piemel daar groter van wordt.
Even voor de duidelijkheid: de hoofdreden dat we hier naartoe zijn gekomen is niet omdat we graag op vakantie gaan om neushoorns in hun natuurlijke habitat te zien. Natuurlijk wel een beetje, maar de reden is om drie biologiestudenten in hun natuurlijke habitat te filmen terwijl ze druk bezig zijn met hun stage. Vlak voor de zonsondergang waren we op het hoofdkwartier waar zich de receptie, slaapplaatsen, camping en het restaurant bevindt. Dit hoofdkwartier bevindt zich midden in het park. We waren dan ook blij verrast toen we na een gezellige avond terug naar de kamer wilden lopen toen er een neushoorn voor onze neus stond te grazen. 's Avonds moet je serieus opletten of er geen op je pad staat aangezien ze soms wat agressief kunnen zijn. We kunnen wel zeggen dat dit veel leuker is dan rondrijden in een jeep en safarikiekjes maken van de beesten. Dat is namelijk precies wat we de volgende dag hebben gedaan.
Het wild dat in het park rondloopt is beperkt tot neushoorns, luipaarden, krokodillen, warthogs, aardvarkens, Ugandan cobs, reeboks, bushbucks, waterbucks, duikers, velvet monkeys, guineafowls, vleermuizen, slangen en veel vogels. Zondag zijn we om 05:30 opgestaan om in het moerasgebied van het park een aantal van de mooiste vogels van Uganda te spotten. We hebben een mooie kanotocht door het moeras gemaakt en een aantal vogeltjes gezien, maar we kwamen eigenlijk vooral voor de shoebill. De kans dat we deze vogel zouden zien was niet zo groot vanwege de regen, en helaas, geen Pino-achtige blauwe vogel met een rare snavel te bekennen. Bovendien zijn eigenlijk alle foto's van die tocht mislukt door een beslagen lens. Gelukkig hebben we wel een mooie foto van een enorm agressieve crested crane, het nationale symbool van Uganda kunnen schieten.
De volgende dag hebben we bij een schooltje gefilmd waar de drie biologiestudenten les gaan geven aan kleuters. Ze hadden dit nog nooit gedaan maar werden voor de film voor de leeuwen gegooid met een toneelstuk dat ze moesten opvoeren. Dit is fantastisch vastgelegd en er zijn een paar erg mooie foto's gemaakt. De kleuters hebben zich ook kostelijk vermaakt met een poppenshow, ballonnen en bellenblaasbellen.
Na interviews met de eigenares van het park die ondanks de verschrikkelijke verhalen toch best inspirerend bleek, en de studenten wilden we terug gaan naar Kampala. Voordat we afscheid namen lag er echter nog een rekening voor ons klaar waar we steil van achterover sloegen. Het verblijf bleek alles behalve gratis te zijn en de drankjes en het eten bleek absurd duur. Uiteindelijk hebben we grotendeels betaald in beeldmateriaal en konden we toch zonder af te wassen terug naar Kampala, maar deze dure grap had toch een zure nasmaak.
De grens overNakitoma, zondag 1 april Een paar dagen weg van de stinkende bende die Uganda heet, daar waren we hard aan toe. Daarnaast moesten we het land uit om ons visum gemakkelijk te kunnen verlengen. Maar naar welk omringend stinkend land ga je dan? Kenia? Tanzania? Of erger nog, het godvergeten rebellenparadijs Congo? Wij hebben gekozen voor Rwanda. En dat bleek een prima keuze te zijn. Voor we de grens zijn overgestoken hebben we overnacht bij een van de mooiste meren in Uganda, Lake Bunyonyi. Om daar te komen hebben we in Kampala een bus naar Kabale gezocht die wel aan onze eisen voldeed, want de vorige busmaatschappij (Muhabura, red.) liet te wensen over. We kwamen uit bij Jaguar, een van de grootste busmaatschappijen in Uganda en omstreken. Google 'Jaguar Uganda' en je zult weinig goede recensies aantreffen over deze maatschappij, maar eigenlijk hadden we geen andere keuze vanwege onze last-minute planning. Daarbij kwam nog dat deze bus anderhalf keer zo duur was dan andere, volgens Jaguar omdat deze bus een 'VIP' bus was, de zogeheten Jaguar Executive. De volgende dag zijn we vertrokken met deze VIP-bus en dat was een echte aanrader. De buschauffeur rijdt nog steeds als een bezetene maar in deze bus merk je daar om verschillende redenen toch minder van. Zo had de bus heerlijke zitplaatsen waar KLM nog wat van kan leren, want zélfs Jille paste bijna tussen de stoelen zonder zijn benen in het gangpad of in de nek van zijn buurman te leggen. Daarbij had deze bus getinte ruiten die niet vanzelf breken, werkende gordels en fantastische muziek op een fatsoenlijk volume. De playlist bestond uit klassiekers van Rick Astley, Ace of Base, Celine Dion, Boney M, Marc Anthony, Atomic Kitten en vele anderen. En als kersje op de Van der Valk-appelmoes werden er onderweg flesjes water uitgedeeld.
In Lake Bunyonyi hebben we heerlijk gezwommen en de volgende dag hebben we met zijn drieën gekanood in een traditionele uitgeholde boomstam naar een eiland in het meer. Op dag drie waren we eigenlijk al dusdanig uitgerust dat we de reis richting Rwanda konden voortzetten. We gingen van het meer terug naar Kabale met een taxi. Halverwege de rit stapte de beste vriend van de chauffeur in die ook naar Kabale moest en voor zijn rit een tiende van onze prijs betaalde. Ook in deze auto regende het oude hitjes van Celine Dion en Britney Spears, die chauffeur Abu hoogst persoonlijk had verzameld op zijn favoriete cassetebandje. Het taxipark van Kabale was een bron van vrolijkheid. We vroegen welke bus naar Kisoro (bij de grens) vertrok, waarbij we werden doorverwezen naar de witte Toyota. Nu is het zo dat de straten van Uganda bijna volledig worden gedomineerd door witte Toyota's wat deze informatie vrij nutteloos maakte. Toen we onze bus hadden gevonden bleek het geen bus te zijn maar een Toyota Picnic gezinsauto voor zeven personen. Maar wij zijn in Uganda, waardoor dezelfde auto plaats heeft voor maar liefst tien mensen en een kind, waardoor wij nu alledrie met trombose rondlopen.
De rit was uitstekend ondanks het regenachtige weer, maar naarmate we hoger in de bergen reden werd de weg slechter. Tot de geasfalteerde weg ophield en plaats maakte voor modder omdat ze nog bezig waren aan de weg waardoor de reis veel vertraging opliep. Maar uiteindelijk kwamen we op de plaats van bestemming, de grensplaats Kisoro. De mensen in dit grensstadje weten wel raad met toeristen als wij. Alsof Celine Dion uit de taxi stapte, zo snel waren de dorpelingen ter plekke om onze zakken leeg te schudden. Er is namelijk geen openbaar vervoer richting de grens, maar de mensen waren zo vriendelijk om ons voor 50.000 shillings naar de grens te vervoeren. Onze eerste ervaringen met Rwanda vielen wat tegen. We hadden bij de grens geen moeite met het vinden van een cash exchanger, zij ruiken toeristen al van mijlenver. We hebben ons geld tot grote frustratie van de exchanger vaak geteld om er zeker van te zijn dat hij, naast het achterhouden van 500 Francs als fooi, niet nog meer geld achterhield. Daarna werden we naar een rechtsrijdend taxibusje met zwetende maar gezellige Rwandezen geleid. Mensen die wel eens kleren in de Humana-bak gooien kunnen zichzelf over het hart strijken, want ook in Rwanda ze dragen bijvoorbeeld een oude Kerstmissneeuwpoptrui, Winnie the Poohjas, Spongebobshirt, Bobbejaanlandjas of het oude bedrijfstenue van Gerrie's glazenwasbedrijf.
Ons negatieve beeld van Rwanda was slechts van korte duur, want onderweg zagen we de meest fantastische dingen. Vulkanen, mooie meren en een groen, een heuvelachtig gebied vol theeplantages. Het land is meer georganiseerd, gestructureerd en ontwikkeld dan bijna alle andere Afrikaanse landen. De wegen zijn hier van uitstekende kwaliteit en de sterke arm der wet wordt niet beïnvloed door corruptie. Zo kon onze taxichauffeur bij een van de vele politiechecks niet zomaar doorrijden zonder de juiste papieren en het resultaat van een lange discussie met een politieagent is vaker een boete dan omkoping. Onze eerste nacht in Rwanda was in Gysenyi aan lake Kivu, ongeveer een kilometer van de Congolese grens, waar we met slap Frans en handgebaren een driepersoonskamer konden regelen. De uitspraak van het Frans wat ze daar spreken is toch net anders dan we op school geleerd hebben. De volgende dag waren we al vroeg op omdat we maar een dag hadden en het Parc National des Volcanoes graag wilden bezoeken. Op het taxipark van Gysenyi bleek dat we nog een uur vroeger waren dan gepland vanwege het tijdsverschil met Uganda waar wij natuurlijk niks van af wisten. Wat kwamen wij bedrogen uit toen we om 9:30 voor de ingang van het park stonden. We waren te laat en mochten het park niet meer in. Bij terugkomst hebben we het uitgebreid gevierd met Primus bier, rum en een feestmaaltijd.
De Rwandese hoofdstad Kigali is een verrassend ontwikkelde stad. De vierbaans straten zijn nergens kapot en voorzien van ledverlichting aan beide kanten. Rwanda kent een gruwelijke geschiedenis met als dieptepunt de genocide in 1994 en dat zie je vooral in Kigali nog terug. Op straat lopen nog mensen met littekens en missende ledematen, en met name rond grensgebieden met Congo staan veel zwaarbewapende militairen om te voorkomen dat gevluchte Huturebellen terug kunnen keren. We hebben in Kigali het Genocide Memorial Center bezocht waar het hele verhaal wordt uitgelegd en uitgebeeld. Daarna hebben we een kerkje bezocht waar de kleren liggen van 2000 slachtoffers. Tijdens de genocide zijn deze mensen in dat kerkje gevlucht en vermoord. In de achtertuin ligt een massagraf met de overblijfselen van 46000 mensen. Heel indrukwekkend.
We hebben de laatste avond in Kigali gezellig gedineerd in Hotel des Milles Collines, oftewel Hotel Rwanda. In Kigali namen we de volgende dag afscheid van Laurens en daarna konden Jille en Jeroen zich voorbereiden op nog een fantastische busrit met de Jaguar Exexutive bus met klassiekers van Rick Astley, Ace of Base, Celine Dion, Boney M, Marc Anthony, Atomic Kitten en vele anderen. En we hebben ook nog een nieuw visum, dus we mogen nog even blijven. Matatu testresultaten
Kampala, maandag 12 maart Eerder is een blog verschenen over het gebruik van boda boda's in Kampala. Met een gemiddeld rapportcijfer van een 5,6 kreeg dit vervoersmiddel een krappe voldoende. De snelheid en toegankelijkheid zijn de grote pluspunten, maar deze gaan ten koste van de veiligheid, betrouwbaarheid en kosten. Dit onderzoek zal gaan over de taxibusjes in Uganda, zogenaamde matatu's. In de stad hebben we inmiddels een aantal keren in deze taxibusjes gereden. Buiten Uganda staan ze bekend om de grote hoeveelheid passagiers die ze tegelijkertijd vervoeren en om het onverantwoorde rijgedrag van de bestuurders. Je zit weliswaar krapjes als de bus vol zit met 19 mensen, maar het is eigenlijk voor korte en middellange afstanden best goed te doen en zelfs gezellig. Tussen steden in Uganda is dit het ideale vervoersmiddel en het kost bijna niets. Van Jinja naar Kampala (1,5 uur) betaal je slechts 6.000 Shillings. Ter vergelijking, dat is evenveel als een bodaritje van 15 minuten of een kopje koffie. Een ander pluspunt van de bus is de mogelijkheid om een grote groep mensen gezamenlijk te vervoeren. Dit punt wordt echter in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Het grote nadeel van deze busjes is dat er veel te veel van rondrijden in Kampala waardoor je er, afhankelijk van het tijdstip, veel langer over doet dan met een boda boda. Je ziet tijdens de dagelijkse hectische avondspits dan ook overal boda's langs je bus schieten terwijl je bus al tien minuten stilstaat in de file. Matatu testresultaten
Aapjes kijken
Kampala, vrijdag 9 maart Doordat een schip bij Mombassa twee van de drie internetkabels naar Oost-Afrika met haar anker kapot getrokken heeft, geven we nu pas een samenvatting van de afgelopen twee weken. En er is het een en ander gebeurd in deze weken. Op maandag 27 februari hebben we gefilmd in de buurt van Masaka. We zijn bij twee basisscholen, een middelbare school en een lege kliniek geweest. Daarna sliepen we in de Backpackers in ruraal Masaka, zodat we de volgende morgen snel naar een basisschool in het centrum van Masaka konden. De volgende ochtend stonden we even te kijken van de rust op de weg. Het duurde maar liefst een kwartier voordat een lege bodaboda langsreed die ons naar Masaka kon brengen. Dat is ook precies wat de beste man deed. Op het moment dat we de stad inreden, stopte hij met de mededeling "We zijn er!". "Waar zijn we dan?" vroeg Jille vriendelijk. Na de tiende keer werd iedereen wat geïrriteerd, en wat duidelijk werd, was het feit dat de straat waar we waren geen naam had. En daar stonden we dan, ergens in Masaka. Gelukkig haalde Paul Mugwanya, de directeur van de te bezoeken basisschool, ons op in zijn pick up. Hij toonde ons met veel handgebaren achter het stuur alle huizen waar de ouders zijn overleden door aids, waardoor de oudste weeskinderen hun jongere broertjes en zusjes opvoeden. Op zijn school zitten zeshonderd kinderen waarvan tweederde geen ouders meer heeft. Na de gezellige terugreis naar Kampala zijn we druk geweest met schoolwerk en met het beeldmateriaal wat we hebben gemaakt. We hebben ook vreselijk veel geld besteed aan de vergunningen voor de toegang tot Bwindi Impenetrable Forest National Park. De reden dat deze zo duur zijn, is omdat dat park een bijzondere gast herbergt, namelijk de halve wereldpopulatie berggorilla's. Afgelopen maandag 5 maart zijn we rond 15:00 in een Butugota aangekomen na een buitengewoon vermoeiende busrit van tien uur. Het pittoreske Butugota ligt een aantal kilometer voor het Bwindi NP. Het dorpje telt ongeveer duizend inwoners, waarvan we met de meeste kennis hebben mogen maken terwijl we aan het genieten waren van ons welverdiende lokale sorghumbiertje. We waren een ware attractie. Ze vroegen veelal om geld of drank, en soms wilde een van de vele dorpsgekken gewoon een praatje maken met een van de zeldzame mzungu's omdat er simpelweg niks te beleven valt. 'Aapjes kijken' leek het wel, maar wij waren de aapjes. Waarschijnlijk is dat een van de redenen dat een overnachting slechts drie euro kost. Na de heerlijke nachtrust hebben we ons door een taxichauffeur met een penetrante zweetlucht om zich heen naar Buhoma laten brengen. Buhoma is als nietszeggend dorp te vergelijken met Butugota, maar met een aantal significante verschillen. Dit dorp heeft geen elektriciteit, alles is tien keer zo duur en door een overvloed aan rijke Amerikanen barsten de plaatselijke kinderen niet spontaan in tranen uit als ze blanken zien. Hoe dan ook, we hebben de gorilla's daadwerkelijk mogen aanschouwen na een onvergetelijke wandeltocht. Zie hier het schitterende bewijs.
Gezellig drukKampala, vrijdag 24 februari 2012 Een vorm van openbaar vervoer in Uganda die we uitgebreid hebben getest op snelheid, veiligheid en gebruiksvriendelijkheid is de boda boda. Het vervoer per boda heeft als gemiddelde rapportcijfer een 5,6 gekregen. De resultaten kun je terugvinden in de onderstaande tabel. Boda boda testresultaten
Het volgende type openbaar vervoer dat we gaan testen is de taxibus. Deze Personal Service Vehicles (PSV's) rijden dag en nacht in groten getale rond in Uganda. Met gezond verstand kunnen er negen mensen in, wat betekent dat er hier in Uganda veertien in mogen. De bus verlaat het taxipark alleen als er niemand meer bij past, wat resulteert in lange wachttijden en een overvol taxipark. Ter voorbereiding hebben we alvast een filmpje van het taxipark gemaakt. Louche zaakjesKampala, donderdag 23 februari
Een moment van onoplettendheid, meer was het niet. De camera viel voorover en voor we het wisten zat er een enorme barst in het glazen filter voor de lens. Daarom zijn we deze week het centrum van Kampala in geweest op zoek naar een professionele camerawinkel, in de veronderstelling dat die er wel zou zijn. Er zijn hier heel veel kleine winkeltjes met voornamelijk tweedehands camera's, waarvan de meeste van voor de oorlog zijn. We zijn een willekeurige zaak binnengelopen om te vragen of ze ergens een voorraad filters hadden. En toen kwam een boterkuipje tevoorschijn met stoffige filters, maar onze maat filter was niet aanwezig. We hadden zo onze twijfels bij dit winkeltje en de herkomst van de producten, want de camera's lagen op een stapeltje in een boterhamzakje. Bij wijze van experiment vroeg Jille de vriendelijke meneer achter de toonbank naar een van de duurste camera's (een Canon 5D Mark II voor kenners), maar deze was helaas niet aanwezig. Maar de beste meneer stond erop dat we ons telefoonnummer achterlieten, voor het geval er toch eentje zou opduiken tussen de voorraad. Daarna hebben we nog zeker tien van dit soort winkeltjes bezocht in de vreemdste buurt van Kampala, maar nergens konden ze ons helpen. Toen we teneergeslagen de zoektocht hadden gestaakt, zagen we in een portiek op straat een man die ook camera's verkocht. De meeste camera's zal hij aan de straatstenen niet kwijt kunnen, maar een ervan sprong er duidelijk tussenuit. Jille, de expert op dit gebied, zag een Canon camera met een Sigma lens tussen de troep liggen met een straatwaarde van zo'n €800. Uit nieuwsgierigheid hebben we hem gevraagd wat hij ervoor wilde hebben. Hij zag dat we duidelijk verstand van zaken hadden en vroeg in eerste instantie naar het astronomisch hoge bedrag van een miljoen UGX, oftewel €322. Na wat onderhandelingen hadden we er nog veel meer af kunnen praten, maar ons geweten ging toch aan ons knagen. Deze camera was overduidelijk gestolen van een toerist, en het is niet de bedoeling dat we de kleine criminaliteit in Uganda gaan sponsoren. De volgende dag belde de vriendelijke meneer van het eerste zaakje op met de mededeling dat hij een Canon 5D had gestole.... eeh... gevonden tussen de voorraad! Hij had zijn huiswerk wel gedaan en vroeg daarom meer dan de nieuwprijs in Nederland, dus we hebben hem vriendelijk bedankt voor de service. Op het moment van schrijven doet waarschijnlijk iemand aangifte van een gestolen Canon 5D, en het spijt ons verschrikkelijk. Je camera is te koop in het eerste winkeltje aan de rechterkant van de zijstraat van Kampala Road, pas op met je hoofd want het is een laag plafond. |
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
















